De leegte

Het is lastig om iets over de leegte te vertellen, want in de leegte zijn geen woorden. Elk woord die ik ervoor gebruik, verjaagt de leegte.

Toen ik God langzaam kwijtraakte kwam daar niks voor terug. Dat was mijn eerste kennismaking met de leegte.

Toen ik leerde over de holocaust, over de koude Oorlog en over de milieuvernietiging raakte ik mijn vertrouwen in de samenleving kwijt. Ook daar kwam niks voor terug. Dat was mijn tweede kennismaking met de leegte.

Je kan in de leegte zijn, terwijl er nog best veel innerlijke structuren aanwezig zijn. Maar die ervaar je dan op dat moment niet. Die zijn er even later dan weer wel.

Stuk voor stuk raakte ik al mijn innerlijke structuren kwijt. Ze vielen allemaal langzaam in het niks, in de leegte. Mijn geloof in God, mijn vertrouwen in de samenleving, mijn geloof in de rede. Stap voor stap werden ze ontmanteld en vielen uiteen.

De leegte zoals ik die leerde kennen was niet iets waar je even kon blijven en dan er weer uitstappen. Er was uiteindelijke geen innerlijke structuur meer over. Er was niks anders dan leegte.

En tegelijkertijd was er de leefwereld. Dit zou een goed moment zijn geweest om me terug te trekken. Me alleen met de leegte bezig te houden. Maar daar verzette ik me tegen. Het kon niet zo zijn dat de leefwereld niet belangrijk was. De leefwereld zou me dan wellicht onderhouden op één of andere manier. Maar dan waren ze juist belangrijker dan een vreemde monnik-achtige. De leefwereld kon dan zonder mij, maar ik niet zonder de leefwereld.

Maar ik had nog een reden. Ik had het gevoel dat mijn filosofie wat miste als ik niet in de leefwereld mee zou kunnen doen.

De leefwereld trok aan me. Mijn lichaam trok me de leefwereld in, mijn wezen deed dat. Allerlei innerlijke structuren kon ik wegdenken, maar de leefwereld kwam elke keer terug, net als de leegte.

De leefwereld is waar de samenleving plaatsvindt, liefdes opbloeien en uitdoven, er kinderen geboren worden, oorlogen worden gevoerd, staten opgebouwd en afgebroken. Terugtrekken in de leegte en daarmee een afwijzing van de leefwereld voelt als een manco, als niet kloppend voor wat ik ervaar.

De leefwereld en de leegte zijn de twee polen waartussen mijn bewustzijn zich begaf. Soms in de ene, soms in de andere. De kloof was overweldigend en onverdraaglijk.